Tourregelement
Het deelnemen aan een tourrit georganiseerd door N.S.M.V. Dondor of waar N.S.M.V. Dondor aan deelneemt is altijd voor eigen risico. N.S.M.V. Dondor neemt op geen enkele manier de verantwoording op zich met betrekking tot calamiteiten die zich tijdens zulke ritten kunnen voordoen. Noch is N.S.M.V. Dondor aansprakelijk voor enigerlei schade die door deelname aan een activiteit ontstaat. Hieronder staan een aantal regels vermeld waar zeker de hand aan gehouden dient te worden om een toerrit zo soepel mogelijk en met zo weinig mogelijk risico’s te laten verlopen. Alle deelnemers aan N.S.M.V. Dondor tourritten dienen zich vooraf op de hoogte te hebben gesteld van de inhoud van het geldende toerreglement.
Voorbereiding
Rijd altijd met licht aan. Iedereen vertrekt per definitie met een volle tank. De tankstops worden afgestemd op de dorstigste motor of de motor met de kleinste benzinetank. Nieuwe rijders dienen door de voorrijder geïnformeerd te worden over de gevaren van het rijden in een groep. Iedere deelnemer dient er van overtuigd te zijn, dat de staat van de motor dusdanig is dat deze vanaf het vertrekpunt tot aan het eindpunt in orde zal zijn.
De voorrijder mag iemand de deelname aan een rit ontzeggen als zijn of haar motor niet in deugdelijke staat is. Dit wordt vervolgens aangegeven aan het bestuur.
Rijden in een groep
Iedereen volgt de voorrijder. Deze weet waar we heen moeten.
Indien de weg en omstandigheden het toelaten wordt er in ‘Z’- of ‘baksteen’ formatie gereden.
Houd AFSTAND. Bij een botsing is de achterste altijd schuldig. Let ook bij het wegrijden vanuit stilstand op je voorganger. Verzeker jezelf dat hij daadwerkelijk wegrijdt alvorens je zelf optrekt.
Wanneer de groep in tweeën splitst (bijv. bij een verkeerslicht), wordt er bij de eerst volgende veilige plaats, doch uiterlijk bij de eerste afslag (eventueel slechts door één persoon als de situatie dit vereist) gewacht tot de rest weer bij is. De voorrijder neemt hiervoor de verantwoordelijkheid.
Vermijd het ‘naast je voorganger kruipen’, vooral in bochten. Je voorganger heeft er dan geen zicht meer op waar je bent en kan schrikken als hij je plotseling naast zich ziet. Haal daarom ook niet de andere deelnemers van de rit in. Probeer tijdens het rijden het vizier van je voorganger in zijn spiegel te zien.
Wanneer iemand pech heeft, dan gaat de achterste rijder(s) hem helpen (zij halen hem per definitie niet in). Als het goed is ziet de rest hen langzaam in hun spiegels verdwijnen… en stopt vervolgens op een daarvoor geschikte plek.
Behoud je plaats in de groep tijdens de gehele rit; neem ook na een rustpauze de beginvolgorde aan: zo kom je er het snelste achter of er iemand gemist wordt. Wil je toch van plaats wisselen overleg je dit met de voorrijder.
Wanneer de voorrijder een teken geeft (bijv. arm omhoog als stopteken) geef dit teken dan in dien mogelijk zelf naar achteren door, zodat ook de achterste rijders, die het gegeven teken niet kunnen zien, daarvan kennis kunnen nemen.
Als er gewacht moet worden (bij kaartlezen, pech, splitsen van de groep etc.) stop dan op een veilige plaats. Blokkeer de weg niet.
Inhalen van andere verkeersdeelnemers (dus niet je clubgenoten) is toegestaan: dit doe je in principe alleen en voor eigen risico. Haal niet in omdat een ander dat ook doet. Ieder kiest voor zich het ideale moment om in te halen. Houd bij een inhaalactie rekening met je groepsgenoten en zorg dat deze ook de ruimte hebben om eventueel in te halen.
Op de snelweg: bij een inhaal actie gaat dit ieder voor zich maar probeer je groep niet te verliezen dus anticipeer en geef elkaar de ruimte.
Wanneer er een auto in de groep komt, geef hem dan de ruimte om ook de rest van de groep te passeren. Ga, indien je dat nog niet deed, op de rechter rijstrook rijden.
Wij hanteren, tenzij anders afgesproken, vaste begin- en eindpunten: meestal café Piecken. Het is (zeker voor de organisatoren) niet leuk wanneer iedereen, zodra we weer in Nijmegen zijn, a.s.a.p. naar huis verdwijnt. Indien je toch rechtstreeks naar huis verdwijnt, geef dit dan bij de laatste rustpauze door aan de voorrijder.
Snelheid
De voorrijder houdt zich in principe aan de geldende maximumsnelheid. Vooraf dient eenieder in de groep op de hoogte te zijn van het te rijden tempo. Rijd je eigen tempo en ga om bij te blijven niet boven je eigen grenzen of die van je motor rijden.
Bijlage: Veilig rijden met N.S.M.V. Dondor
We weten het allemaal: motorrijden is een relatief gevaarlijke hobby. Motorrijden in een groep voegt daar nog een dimensie aan toe, omdat je ook afhankelijk bent van andere personen. Omdat Dondor jaarlijks vele toerritten organiseert, acht het bestuur het van belang om veilig rijden in groepsverband te bevorderen. Dit document is één van de acties die op dit gebied worden ontplooid. Het moet daarbij gezien worden als een aanvulling op het geldende toerreglement.
Het hoofddoel van deze actie is het verminderen van het aantal ongevallen en om leden bewuster te maken van hun (rij)gedrag in de groep. Veilig rijden is op vele manieren te bevorderen. Eén daarvan zijn rijvaardigheidstrainingen die overal in het land worden gegeven. Het gaat daarbij vooral om het aanleren van praktische vaardigheden. Een andere manier om veiliger te rijden is niet zozeer gericht op hoe goed je kunt motorrijden, maar om je bewust te maken van de gevaren van het rijden in een groep.
Omdat we allemaal plezier aan het motorrijden willen beleven (door juist snel of rustig te rijden) is het moeilijk om algemene regels op te stellen waar iedereen zich altijd aan zou moeten houden. We hebben daarom hieronder een aantal aandachtspunten geformuleerd. Zowel de meer ervaren leden als nieuwe leden kunnen door rekening te houden met deze punten veiliger rijden bevorderen.
Ga goed geïnformeerd op weg
Zorg zelf dat je de regels in het toerreglement kent en op de hoogte bent van het te rijden tempo. Heb je nooit in de bergen of in een groep gereden lees daar dan iets over in een boek of op het Internet. Meld in dat geval aan de voorrijder dat je nog weinig of geen ervaring hebt op dat gebied. Hij/zij kan daar dan tijdens de rit rekening mee houden. Het is verstandig om tijdens een weekend het roadboek bij je te hebben.
Extra taken eerste en laatste rijder
Hoewel iedereen in de groep zorgt dat hij/zij veilig rijdt en anderen niet in gevaar brengt zijn er twee posities die extra aandacht vragen: de eerste rijder (voorrijder) en de laatste rijder. Het spreekt voor zich dat dit mensen uit de voorrijders commissie zijn. De voorrijder zorgt dat de groep de juiste route rijdt en geeft globaal het rijtempo van de groep aan. Het tempo dient daarbij zodanig gekozen te worden dat iedereen in de groep redelijkerwijze kan volgen. Voor de heen- en terugweg tijdens kampeerweekendjes geldt de aanvullende regel dat in groepen met een rustig tempo gereden moet worden. Door extra bepakking en de onbekendheid met bergachtig terrein is het tempo voor nieuwe of onervaren rijders namelijk al snel veel te hoog. Naast de voorrijder heeft ook de laatste rijder in de groep een speciale functie. De voorrijder kan namelijk niet constant in zijn spiegels kijken om te zien of de hele groep volgt, er ongelukken gebeuren of nieuwe mensen het tempo wel kunnen volgen. Er moet daarom iemand zijn die deze taak op zich neemt. De laatste rijder is hiervoor de meest geschikte persoon omdat hij/zij de gehele groep kan overzien. De voornaamste functie van de laatste rijder is het observeren van het rijgedrag van de personen voor hem. Vooral nieuwe of onervaren motorrijders kan hij/zij zo achteraf tips geven hoe men zijn rijstijl kan verbeteren. Verder wordt voorkomen dat onervaren of nieuwe rijders alleen achterop raken en daardoor mogelijk boven hun kunnen gaan rijden om bij te blijven. De voorrijder zorgt voor een rit dat een ervaren rijder de laatste positie in de groep inneemt.
Tip: zorg dat je elkaar of 112 tijdens de rit kunt bellen in geval van calamiteiten.
Volgorde in de groep
De volgorde waarin men rijdt wordt in overleg met de voorrijder bepaald. Voor minder ervaren rijders is het aan te bevelen om achter de voorrijder of voor de laatste rijder te gaan rijden. Welke van beide de beste keuze is hangt voornamelijk af van het te rijden tempo. Wordt er relatief snel gereden laat deze rijders dan vooraan in de groep meerijden. Achterin ligt het tempo door vertragingseffecten namelijk hoger dan vooraan in de groep. Wordt er relatief rustig gereden (bijv. heenreis weekend) laat nieuwe rijders dan voor de laatste rijder rijden.
Maak rijgroepen gebaseerd op snelheid
Wanneer op locatie tijdens weekenden wordt gereden is het van belang dat er een groepsindeling wordt gemaakt op basis van snelheid. Vooral tijdens weekenden zijn er veel rijders die snel willen rijden. Het is daarom aan te bevelen om snelle en langzame rijders in verschillende groepen te verdelen. Dit om te verkomen dat iemand boven zijn kunnen gaat rijden en hierdoor een ongeluk krijgt. Heb je als ervaren rijder het idee dat iemand gezien zijn onervarenheid beter niet mee kan rijden, geef dit dan discreet aan en onderbouw dit met argumenten.
Rijd nooit boven je eigen kunnen.
Door groepsdruk is het moeilijk om in gevallen dat het voor jou te hard gaat toch het eigen tempo te houden. Zeker als je nieuw bent wil je het liefst gewoon meedoen, terwijl je dat dan juist vaak nog niet kunt. Nieuwe leden dienen daarom vooraf altijd benaderd te worden door de voorrijder. Naast basisinformatie over het rijden in een groep, het te rijden tempo en de regels van het toerreglement, dient daarbij benadrukt te worden dat men vooral niet te hard moet gaan rijden omdat de anderen dat ook doen. Geef als voorrijder ook aan dat als de nieuwe rijders om een of andere reden het zicht op de rijders voor hem/haar verliest, zij altijd zullen wachten bij de eerst volgende afslag. Bovendien rijdt er nog minstens één ervaren rijder achter hen. Ze hoeven dus niet onnodig te hard te rijden om bij te komen. Als je bij wilt trekken met de groep doe dat dan op rechte stukken en niet in de bochten.
Snelheden in de bebouwde kom
Ook als je in een groep rijdt dien je in dorpskernen en stadjes rekening te houden met meerdere weggebruikers, spelende kinderen, honden, overstekende bejaarden, enz. De maximale snelheid van 30 of 50 km/u is er niet voor niets. Ook al lijkt dat soms een slakkengang, houd rekening met de rest van de groep en de overige weggebruikers. Daarnaast is er in de bebouwde kom door stoplichten en de drukte op de weg een grotere kans dat de groep uit elkaar valt. Blijf in dat geval rustig en ga er van uit dat de voorrijder het tempo verlaagt of op een veilige plaats op de rest van de groep wacht.
Te snel rijden
Wanneer de maximale snelheid overschreden wordt is dat altijd de verantwoordelijkheid van de rijder zelf. Er is echter een verschil tussen het overschrijden van de maximale snelheid en het rijden met onverantwoordelijke snelheden. Onverantwoordelijk rijgedrag hoort niet thuis in een groepsrit! Ga in dat geval ‘s avonds of bij een lunchstop op eigen verantwoording een stukje alleen rijden.
Misschien ten overvloede moet opgemerkt worden dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen rijgedrag maar daarnaast ook bijdraagt aan de groepsbeleving. Met z’n allen kunnen we misschien het veilig(er) rijden in groepsverband werkelijkheid laten worden!
Kleding
Draag ten allen tijde goedgekeurde kleding en schoeisel. Onder kleding valt in ieder geval helm, jas, broek en handschoenen. Rugprotectie, oorbescherming (afhankelijk van het soort helm en de hoeveelheid kuip kan je binnen 10 minuten blijvende gehoorschade oplopen), niergordels en dergelijke zijn aan te bevelen, maar voor eigen verantwoordelijkheid.
Staat van je motor
Zorg bij een dondor rit dat je motor in deugdelijke staat verkeert dan voorkom je teleurstellingen.